Van Melk tot Microbioom - De invloed van zuivel op het functioneren van de darmen - Najaarssymposium 2025
Op donderdag 6 november 2025 heeft het Genootschap ter Bevordering van Melkkunde het najaar symposium georganiseerd in het Zuivel museum in Wapenveld met als titel: “Van melk tot microbioom”.
Melk en gefermenteerde producten bevatten veel componenten die de gezondheid kunnen bevorderen. Maar er is nog onderzoek nodig naar verschillende actie mechanismen, het karakteriseren van de verschillende bioactieve stoffen en nieuwe gebieden/stoffen die voordeel kunnen bieden.
In de werlkomsopening door de voorzitter Sybren Sikkes is tevens ook een moment stil gestaan is bij het overlijden van 2 van onze leden. Na de ALV zijn de 3 gastsprekers uit de industrie en de onderzoekswereld door dagvoorzitter en Bestuurslid Wim Engels geintroduceerd om het thema van deze dag verder toe te lichten.
• Jessica Bentley (Novonesis) – Trends en ontwikkelingen in de markt, met praktijkvoorbeelden en productcases.
• Olaf Larsen (VU Amsterdam) – De effecten van probiotica en de opzet van klinische studies.
• Gabriele Grooss (NIZO)– Een overzicht van de huidige kennis over darmgezondheid.
Verslag van het symposium met dank aan de redactie: Betsie Slaghuis, Tineke van der Haven en Martin Warmerdam, Yves De Groote (coördinator).
De openingsspreker was Jessica Bentley van Novonesis (Fusiebedrijf Novozymes-Chr. Hansen) die onder de titel: Probiotics and the Gut-Microbiome de inleiding verzorgde over een belangwekkend onderwerp voor de gezondheid en het welzijn van vele consumenten. Een moeilijk onderwerp ook: zie de gehanteerde definitie “Live microorganisms that, when administered in adequate amounts, confer a health benefit on the host” (bron: FAO-WHO-2002). 
Potentiële markt probiotica
Bij het vaststellen van de potentiële markt voor probiotica, is het in eerste instantie van belang zeker te stellen dat je de consument op de juiste manier aanspreekt en aantrekkelijke termen gebruikt. Uit eigen marktonderzoek van Bentley kwam naar voren dat een deel van het publiek begrijpt dat de gezondheidsvoordelen van probiotica bestaan en daar ook geloof aan hechten.
Daarnaast geeft de helft van deze personen aan daadwerkelijk bereid te zijn hun voedingspatroon hierop af te stemmen. Los daarvan, bleek, onafhankelijk van het kennis- en begripsniveau over het onderwerp, dat de gemiddelde consument nieuwsgierig was en er meer over te weten wilde komen. Deze vaststelling vormde een belangrijke drijfveer, om voortschrijdende inzichten uit onderzoek en experimenten, voortdurend maar ook secuur, door te communiceren naar de (potentiële) afnemers. De middelen en media die daarvoor gebruikt worden passeerden de revue: boeken, kranten, Streaming op Netflix, weekbladen en tentoonstellingen. Via het thema: begrijpen hoe je darmflora (het microbioom) de gezondheid kan bevorderen, leidde elk nieuw ontdekt feitje of detail tot een verdere bevrediging van die nieuwsgierigheid.
Gezondheidseffecten
De darmflora komt pas na de geboorte tot stand; bifidobacteriën en Lactobacilli zijn belangrijke vertegenwoordigers, en de samenstelling ondergaat fluctuaties tijdens een mensenleven. Door medicijngebruik en stress en neemt tegen het einde van een mensenleven af door ontstekingen en weglekken.
Tot de gepresenteerde gezondheidseffecten behoren: bevorderen van botdichtheid, aanmaak van vitamines en aminozuren, interactie met het zenuwstelsel, participeren in het gal- en cholesterolmetabolisme, ontwikkeling van en interactie met het immuunsysteem, regulering van het metabolisme en opslag van vet, bevordering van de vertering en doorstroming in de darm van het voedsel. Ook de mentale gezondheid wordt bevorderd!
‘Probiotica-story’
De ‘probiotica-story’ heeft ook de zuivelindustrie bereikt en diverse merken over de gehele wereld brengen probiotische zuivelproducten op de markt. Enige merken komen voorbij (Skyr, Yakult (met de L. casei Shirota), Bio&Me, Vaalia, etc.) en de bijbehorende specifieke bacteriestammen zijn gemeengoed op de productetiketten: Lactobacillus rhamnosus (de LGG-branded-strain van Chr. Hansen) krijgt een prominente plek. In de presentatie komen ook andere stammen voorbij: Lactobacillus acidiphilus, Bifidobacterium BB12, Lactobacillus paracasei ofwel L. Casei 431 en tenslotte Lactobacillus casei F19 in diverse commerciële producten.
De zuivelindustrie gebruikt volgens Bentley diverse kanalen om het product te promoten en merkentrouw te bevorderen door een continue stroom van informatie. Deze bestaan uit reclamespotjes, boodschappen verspreid via social media, fact-sheets tot aan QR-codes op de verpakking die leiden naar een website voor verdere informatie. Tijdens het vragenrondje werd vastgesteld dat bij menigeen onbekend is dat van nep-suikers van het type sorbitol, een negatieve werking uitgaat op ‘de gezondste delen van de darmflora’.
De inleider gaf aldus een aardig inkijkje in hoe een zuurselproducent, met een goed inzicht in de eigen stammenbank, leidend kan zijn in het productontwikkelings- en promotietraject van en voor haar afnemers! En in de pauze na de lezing was er een keur aan productvoorbeelden te proeven!
Klinisch onderzoek
De volgende lezing werd verzorgd door Dr. Olaf Larsen van Ausnutria met de titel: Probiotics in Clinical Research. Hij is sinds 15 september 2025 begonnen bij Ausnutria en ook werkzaam aan de VU. Na een korte inleiding over het bedrijf, met het moederbedrijf gevestigd in Hongkong, met 9 productiebedrijven wereldwijd terwijl het meer dat 3.500 FTE aan het werk heeft. Het bedrijf heeft als primaire focus de ontwikkeling, productie en vermarkting van baby en zuigelingenvoeding gebaseerd op (ingrediënten uit) geitenmelk.
De inleider toont hoe in de vorige eeuw infectieziektes als tuberculose, mazelen, de bof, hepatitis A en reumatische koorts de gezondheid bedreigden, terwijl de laatste 70 jaar immunologische ziektes als diabetes type 1, multiple sclerose, ziekte van Crohn en astma die rol hebben overgenomen.
Sinds 1980 is het aantal mensen in de V.S. met een metabool syndroom toegenomen van 25% naar ruim 40%. De inname via het voedsel van vet, eiwit, suiker en toegevoegde suikers ligt sinds 1900 vrijwel voor alle componenten boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden en deze stijgen in de huidige tijd tot het dubbele van de benodigde hoeveelheden. Het aantal gevallen van obesitas betreft de halve populatie in de VS, en de diagnose ‘pre-diabetes’ en/of ‘metabool syndroom’ valt bij 40% van de bevolking te stellen.
Tegenover deze cijfers, spiegelt Larsen de kwaliteit en de samenstelling van onze darmflora die weer het resultaat is van alle invloeden van buitenaf op die darmflora: we hebben ‘old friends’ (bacteriën van buiten) nodig die ons van binnenuit beschermen tegen ziektes. Of die het voortschrijden ervan een halt toe roepen.
Gefermenteerde levensmiddelen
Worden gefermenteerde levensmiddelen ge-target om levende micro-organismen in de darmen te brengen dan is het van belang op de CFU/gr te letten; deze kunnen variëren van 102 tot 1.010 per gram. Daarbij is het dan de vraag hoeveel ervan de passage door het maag-darm-kanaal overleven. Probiotica zijn dan effectiever: daarbij heb je snel zo’n 5x 109 levende cellen in je product waarvan een deel erin slaagt zich in de darmflora te vestigen.
Voorbeelden van studies die moeten aantonen dat gefermenteerde melkproducten tegen obesitas werken en de BMI (body mass index) kunnen verlagen zijn er legio; effecten zijn echter altijd gering en vaak studie-afhankelijk.
Gezondheidseffecten
Probiotica zijn lastig te bestuderen omdat de gezondheidseffecten vaak stam-specifiek zijn. De algemene voordelen (verdrijven van pathogenen, stabiliseren darmflora, productie van vrije vetzuren, etc.) gelden voor vrijwel alle darm-koloniserende melkzuurbacteriën.
Vaak zijn soorten-gerelateerde effecten te benoemen als anti-carcinogene werking, versterking barrièrefunctie van de darmwand, participatie in het gal-zouten-metabolisme maar het lastigst te identificeren en bestuderen zijn die specifieke stammen waaraan neurologische, immunologische of endocrino-logische effecten toegeschreven (kunnen) worden, naast de mogelijke productie van specifieke bioactieve stoffen door zulke stammen.
En heb je dan de goede stammen, dan zijn omstandigheden tijdens productie, opslag en de voedselmatrix vaak ook weer soort- en stamafhankelijk hetgeen productie en commercialisatie weer bemoeilijkt, merkt Larsen.
Het doen van klinisch onderzoek met deze stammen, wat nodig is voor het mogen doen van gezondheidsclaims, wordt verder bemoeilijkt door twee vormen van variatie tijdens de proeven: de variatie in de proefpopulatie (interindividuele variatie: man, vrouw, jong, oud, ziek, gezond) naast de intra-individuele variatie (sportief-zittend bestand, goede slaper-slechte slaper, type medicijngebruik of niet, zuivelconsument of niet, alcoholconsumptieniveau en fruitconsumptieniveau, etc.)
Larsen presenteert een slide om een ingewikkelde statistische evaluatie te tonen die snel inzichtelijk maakt op welke wijze beide vormen van variatie van invloed zijn op de te kiezen grootte van het aantal proefpersonen om vervolgens met het kleinste aantal doseringen, experimenten en proefpersonen toch een, statistisch relevante, uitkomst te verkrijgen. Niet onbelangrijk bij klinisch onderzoek en uiteraard vanwege de noodzaak van kostenbeperking. Een tweetal voorbeelden komen voorbij waarin probiotica klinisch bewezen, atopische dermatitis bij kinderen weet te voorkomen en een opgetreden atopische dermatitis bij kinderen weet terug te dringen.
Vaststellingen
Naar het einde van de presentatie komen de volgende vaststellingen voorbij: het levenslange effect van probiotica is het grootste door kort na de geboorte de darmflora op te bouwen door blootstelling aan het exposoom (factoren van buitenaf) en het belang van het intact houden ervan o.m. door voeding, beperkt medicijngebruik, gebruik van probiotische zuivel op latere leeftijd en blootstelling aan dieren, bodem-micro organismen, een beperkte (=niet obsessieve) hygiëne-praktijk om voldoende ‘old friends’ aan boord te blijven houden. Het aantal klinisch proeven met probiotica is deze eeuw van nul tot ruim 200 per jaar gestegen met Azië en Europa als voorlopers op dat gebied. Alle kans dus dat probiotica ons nog vele gezondheidsvoordelen gaan bezorgen in de nabije toekomst.
Voeding en darmgezondheid
In de lezing van Gabrielle Gross van het NIZO werd ingegaan op de relatie tussen voeding en darmgezondheid, toegespitst op melk en zuivel. Zij heeft 15 jaar ervaring in onderzoek naar vooral supplementen en babyvoeding en is opgeleid als voedingskundige. Het effect van dieet en voeding op gezondheid gaat via voedselinname door de mond, via de maag en dunne en dikke darm, waarbij de voedingsbestanddelen afgebroken worden door het lichaam en door micro-organismen. De metabolieten worden gecirculeerd en opgenomen in het bloed. Via het bloed worden deze metabolieten door het lichaam getransporteerd naar organen en weefsels. Daarbij kunnen deze invloed hebben op het verminderen van ziekten en/of bevorderen van de gezondheid.
Eerste verdediging
De darmen zijn de eerste verdediging en het verschil tussen een gezond darmsysteem (healthy gut) en een minder gezond darmsysteem (leaky gut) werd getoond. Een gezond darmsysteem is moeilijk te bepalen, maar bij een minder gezond systeem is de balans tussen de verschillende onderdelen verstoord. Zo kunnen er gemakkelijker stoffen in de bloedbaan ’ lekken’ en is er een hoger risico op ontstekingsreacties.
Welke bacteriën daarvoor specifiek verantwoordelijk zijn, is volgens Gross nog niet bekend. Melk bevat veel gezonde voedingsstoffen die invloed hebben op de gezondheid. Bekende stoffen zijn vetten, eiwitten en koolhydraten. Minder bekend zijn bijvoorbeeld exosomen (blaasjes met vetdubbel laag inclusief bijvoorbeeld eiwitten en miRNA) en microbiotica (micro-organismen toegevoegd via gefermenteerde zuivelproducten of rechtstreeks).
Melkingrediënten
De vertering van eiwit gebeurt doordat in de maag bij lage pH en pepsine inwerken op de eiwitten. Deze worden verder afgebroken tot aminozuren in de dunne darm. Vetten worden door lipases in de dunne darm afgebroken tot vetzuren en daarna weer opgebouwd tot triglyceriden. Lactose wordt gesplitst in galactose en glucose en oligosachariden, die in de dikke darm opgenomen worden. De invloed van zuivelinname op gezondheid is in grote studies soms lastig te vergelijken en de uitkomsten liggen lang niet altijd in lijn met elkaar. Maar er zijn associaties tussen zuivelinname en osteoporose, kanker, hart en vaatziekten en mentale gezondheid.
Als voorbeeld van een stof die invloed heeft op de gezondheid werd GOS (Galacto Oligo Saccharide) genoemd. Door verschillende fabrikanten worden verschillende mengsels gemaakt, die een bifidogeen effect hebben. Ze produceren meer korte keten vetzuren, maar ook hier kunnen er individuele verschillen zijn. Er worden effecten gerapporteerd op nutriënt/calciumabsorptie, verstopping, vetmetabolisme, immuniteit. Er zijn nieuwe bewijzen voor invloed op huidgezondheid/microbioom en mentale gezondheid (slaap, angst).
Een ander voorbeeld is lactoferrine, een ijzerbindend multifunctioneel glycoproteïne. Deze stof heeft effecten op ijzerbinding, werkt anti-oxidatief, antimicrobieel, ontstekingsremmend en heeft invloed op de immuno modulatie. Dit is van belang voor bijvoorbeeld bloedvergiftiging bij ongeboren baby’s, chronische darmontstekingen, potentiële kanker en obesitas. Verder werden bioactieve peptiden genoemd en een scala aan mogelijke gezondheidseffecten zoals genoemd bij lactoferrine.
Tenslotte werd het melkvet globule membraan (MFGM) genoemd. Dit membraan bevat onder anderen choline, fosfolipiden, geglycoliseerde eiwitten en cholesterol. Deze stoffen zijn relevant voor gezondheidseffecten op het brein, de dikke en dunne darm en metabolisme. Het NIZO heeft een toolbox ontwikkeld om effecten te bestuderen en na te bootsen.
Samenvattend werd gesteld dat melk en gefermenteerde producten veel componenten bevatten die de gezondheid kunnen bevorderen. Maar er is nog onderzoek nodig naar verschillende actie mechanismen, het karakteriseren van de verschillende bioactieve stoffen en nieuwe gebieden/stoffen die voordeel kunnen bieden.
Zuivelmuseum in Wapenveld
Als voorbereiding op de excursie naar het museum heeft Wim van Dommelen, vrijwilliger en voormalig accountant een overzicht gegeven van de geschiedenis en de plannen voor het museum.
Erve IJzerman is in 2012, na het overlijden van de laatste bewoner, gekocht door Boei, een onroerend goed instelling die oude gebouwen koopt. In 2014 is het bestaansrecht onderzocht. De boerderij is gerestaureerd tussen 2014 en 2019 en daarna is het ingericht als zuivelmuseum. In 2022 en 2023 is voldaan aan de museumnorm en certificering. Er wordt gewerkt met acht museale units, te weten:
1. Grondstof melk
2. Gras, vee en melk
3. Kwaliteit van de melk
4. Melkwinning en -verwerking
5. Zuivelproductie
6. Zuiveldistributie
7. Economische betekenis
8. Zuivelorganisaties en promotie
Vanaf 2024 zijn er actualiteiten in de zuivel aan toegevoegd. Voor de komende jaren 2026-2029 voorziet men consolidatie en groei. Voorwaarde is wel dat de boerderij gekocht wordt van Boei. Er is nog € 275.000 tekort en de boerderij moet €960.000 opbrengen. Voor een dekkende exploitatie zijn er gesprekken met NZO.
Verder zijn er plannen voor een nieuw bezoekerscentrum, waar ook bussen ontvangen kunnen worden en publiekstrekkers als kaas maken en kaas proeven.
De rondleiding werd verzorgd door enthousiaste vrijwilligers en na afloop kon er bij gepraat worden bij een borrel.
